Gezinnen zijn de centrale partner in het verhaal van Samen1Plan Gent.

Dat gezinnen en kinderen en jongeren in al hun diversiteit een grote groep zijn in Gent, en dat  zijn niet altijd in de beste omstandigheden leven, blijkt onder meer uit deze omgevingsanalyse:

 1.    Gent groeit

Gent kent over de laatste 10 jaar een bevolkingsgroei van 9,1%; in de binnenstad is dit zelfs 13,3%. De stijging van het aantal inwoners is te danken aan de natuurlijke groei (meer geboorten dan sterftes) en het positief migratiesaldo (meer immigratie dan emigratie).

Parallel aan een toename van het aantal inwoners is er ook een toename van het aantal huishoudens. 23,6% van de huishoudens bestaat uit samenwonenden/gehuwden met kinderen. 7,6% zijn eenoudergezinnen.

2.    Gent kleurt

De voorbije decennia is het aantal immigranten in Gent sterk gestegen. Gent telt 13,9% niet-Belgen. Rekening houdend met de geboortenationaliteit van de persoon en zijn/ haar moeder en vader, komen we aan 30,5% inwoners van buitenlandse herkomst in Gent.

De toenemende immigratie vond vooral plaats na de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en 2007 met een aantal Midden- en Oost-Europese landen: Gent is gegeerd bij Polen, Slovaken en vooral ook Bulgaren. Sinds 2010 zijn de Bulgaren de grootste groep niet-Belgen in Gent: op 31/12/15 wonen er bijna dubbel zoveel Bulgaren (8.184) dan Turken (4.279), de 2e grootste groep niet-Belgen.

Dirk Geldof ziet Gent evolueren naar een superdiverse stad in 2040  (Superdiversiteit. Hoe migratie onze samenleving verandert.)  Mensen migreren uit een steeds groter aantal gastlanden, met diverse migratiemotieven, wat leidt tot ‘diversiteit in de diversiteit’: diverse nationaliteiten, diverse talen, diverse religies, diverse verblijfsstatuten, diverse sociaal-economische posities…. Diversiteit in en tussen gemeenschappen. Diversiteit zal niet langer de uitzondering, de minderheid, de afwijking van de norm zijn, maar een dagelijkse realiteit. Onze samenleving verandert sneller dan onze manier van kijken en denken en zal nieuwe denk- en beleidskaders vergen.

3.    Gent verjongt

Migratie zorgt voor verjonging in Gent. Onder de twintigers zijn de aankomsten het talrijkst, terwijl er bij de dertigers juist meer stadsverlaters zijn dan nieuwe aankomsten.

Het aantal twintigers en dertigers ligt in Gent hoger dan het Vlaams gemiddelde en zij zijn ook sterker vertegenwoordigd in de binnenstad. Het aandeel twintigers nam van 2010 tot 2015 zelfs met 8% toe in de binnenstad, waar ze maar liefst 29,5% van de populatie vormen.

Het aantal geboortes is met een toename van 3% sinds 2006 vrij stabiel. Wel zien we in de periode 2005-2016 een sterke stijging van 28% bij de kleuters en van 15,7% bij de 6-11-jarigen.

We stellen vast dat er net geen 50.000 0 t.e.m. 17 jarigen zijn in Gent. Dit staat voor een aandeel van 19,2% binnen de Gentse bevolking.

4.    Gent trekt aan

Gent is al lang niet meer van de Gentenaars alleen.

Steeds meer niet-Gentenaars komen in Gent werken wat in 2013 leidt tot een hoog pendelsaldo van 65.375.

Het aantal studenten in het hoger onderwijs neemt fors toe in Gent, van ongeveer 54.000 studenten in 2006-2007 naar 74.000 in het academiejaar 2016-2017, maar liefst een toename van 37% op 10 jaar tijd. Daarvan is 85% van de studenten niét gedomicilieerd in Gent. 

In het schooljaar 2016-2017 volgen 60.000 scholieren en kleutertjes les in Gent.

Het Gentse secundair onderwijs kent in het schooljaar 2015-2016 een aantrekkingskracht van 157,9%. Dit betekent dat voor elke 100 Gentse jongeren op scholierenleeftijd, er 58 jongeren van buiten Gent schoollopen in een Gentse secundaire school.

5.    Schoolse vertraging, spijbelen en ongekwalificeerde uitstroom

De schoolse vertraging ligt hoog in de Gentse scholen, maar betert langzaam. 2016 kent 22,4% schoolse vertraging in het gewoon lager onderwijs (vs. 19%in andere Vlaamse steden), vs. 26,2% in 2009.

De schoolse vertraging in het gewoon secundair onderwijs ligt met 33,3% iets lager dan in de andere Vlaamse steden (nl. 35,4%) en nam de laatste 10 jaar ook lichtjes af (vs. 34,5% in 2005). Het beroepssecundair onderwijs piekt met 70% schoolse vertraging.

Spijbelgedrag neemt licht toe in het voltijds secundair onderwijs: 2,9% van de leerlingen is in het schooljaar 2013-2014 regelmatig problematisch afwezig is. Niettegenstaande het spijbelgedrag in het deeltijds beroepsonderwijs de afgelopen 10 jaar met 1/5e afnam, blijft dit met 48,7% voor het schooljaar 2013-2014 zeer hoog.

Verontrustend is het toenemend spijbelgedrag in het lager onderwijs waar in het schooljaar 2013-2014 1,5% van de leerlingen regelmatig problematisch afwezig is.

Voor de substantiële groep jongeren die niet of nauwelijks naar school gaan, zijn op dit moment geen schoolvervangende welzijnstrajecten beschikbaar.

Eén op zeven Gentse jongeren (nl. 573 of 14%)  verlaat vandaag de schoolbanken zonder een diploma secundair onderwijs op zak. Vijf jaar geleden was dat nog 17,5%. Het zijn vooral jongens die afhaken, in deeltijds en voltijds beroepsonderwijs.

6.    Gezondheidsongelijkheid in Gent

Gent vervult een centrumfunctie op vlak van gezondheidszorg, met o.a. 9 ziekenhuissites, 19 welzijnsbureaus, 2 centra voor geestelijke gezondheidszorg en 10 wijkgezondheidscentra. In 2016 kent Gent 1,4 huisartsen en 0,7 tandartsen per 1.000 inwoners. In 2014 is 92,7% van de Gentenaars  dan ook tevreden over het aanbod aan gezondheidsvoorzieningen.

De gezondheid van personen in achtergestelde buurten in Gent is slechter dan deze van personen in niet-achtergestelde buurten. Zowel het psychisch welbevinden als de zelf gepercipieerde gezondheid zijn positief gerelateerd aan het inkomen (hoe hoger het inkomen, hoe beter het welbevinden en de subjectieve gezondheid). Personen met een lagere socio-economische status hebben ook minder sociale middelen en leven vaker in minder gunstige omstandigheden (minder goede huisvesting, stresserende omgeving, minder groen, meer lawaai- en geurhinder…).

In het algemeen stelt 6,5% van de mensen (gezondheids)zorg uit omwille van financiële redenen, voor mensen die een inkomen hebben onder de armoedegrens gaat het over 19,2%. Bovendien zien we dat mensen met een slechte gezondheid dubbel zoveel betalingsproblemen voor gezondheidsuitgaven hebben dan gezonde mensen. 7,1% van de Gentenaars gaf in de bevraging van de  stadsmonitor aan problemen te hebben om zorg en opvang tijdig te betalen.

7.    Armoede

Alleenstaanden, alleenstaande ouders en etnisch-culturele minderheden kennen een verhoogd armoederisico en zijn in vergelijking met Vlaanderen sterker aanwezig in Gent.

Het percentage kinderen dat geboren wordt in kansarme gezinnen kent bijna een verdubbeling in 2016 (21,6%) t.a.v. 2006 (12,9%), met een piek van 22,7% in 2013. Voor Gent stelt men vast dat meer dan 1 op 5 geboortes een geboorte is in een kansarm gezin.

Het armoederisico voor de -18  jarigen bedraagt in België  17,8%, terwijl het algemeen armoederisico (alle leeftijden) 15,5% bedraagt (Bron: Eurostat obv EU Silc 2015).  Zeker 8842 Gentse kinderen leven in financiële armoede. 

Gent telt zo’n 118.500 gezinnen. In 2016 zijn 7,5% daarvan alleenstaande ouders (=eenoudergezinnen). Dit staat voor 8910 alleenstaande ouders. Het armoederisico voor alleenstaande ouders met minstens 1 afhankelijk kind bedraagt 41,4%. Dit wil zeggen dat 4/10 van de alleenstaande ouders onder de armoededrempel leeft.

In 2016 is 11,3% van de Gentse huishoudens in begeleiding bij het OCMW Gent. Dit gaat over 10,8% van de Gentenaars. In absolute aantallen stijgt het aantal cliënten, ook in percentages zien we een stijging. Op basis van de cijfers van februari 2017 zijn momenteel 1360 gezinnen in budgetbeheer bij het OCMW. 10% daarvan zijn eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, 4% eenoudergezinnen met meerderjarige kinderen. 190 gezinnen zijn in collectieve schuldenregeling, waarbij OCMW Gent schuldbemiddelaar is. Ook hier zien we 15% eenoudergezinnen.